Van Caruso tot Arno: hoe muziek Oostende nooit heeft losgelaten

Er zijn steden die toevallig een concertzaal hebben, en er zijn steden die zonder muziek niet meer zichzelf zouden zijn. Oostende hoort bij die tweede categorie.

Van de symfonische orkesten die er rond 1900 Europese sterren naar de kust lokten, over de rauwe stem van een jongen die op zijn negentiende voor het eerst optrad in een wielerbaan, tot de bassen die elke zomer over het strand rollen: in Oostende is muziek nooit een bijzaak geweest.

Het is de stad die Arno maakte, en die hem op haar beurt nooit meer losliet.

Een orkest met wereldfaam, aan de Belgische kust

Toen het eerste Kursaal in 1878 zijn deuren opende, kreeg Oostende er niet zomaar een balzaal bij, maar een van de meest gerenommeerde concertzalen van Europa.

Onder leiding van dirigent Emile Perier, en later Léon Rinskopf, groeide het Kursaalorkest uit tot een ensemble van zo’n 150 musici dat dagelijks meerdere concerten gaf: symfonisch repertoire, kamermuziek, orgelconcerten. De Franse krant L’Echo d’Ostende omschreef het als “een talrijk, uitgelezen en gedisciplineerd ensemble”, met veel Gounod, Massenet, Wagner en Faust als publiekslieveling.

Wie er optrad, leest als een geschiedenisboek van de klassieke muziek: Saint-Saëns en Richard Strauss dirigeerden er eigen werk, Caruso en Pablo Casals stonden er op het podium, en violist Eugène Ysaÿe groeide er uit tot internationale ster.

Rinskopf bracht zelfs Belgische premières van Rimski-Korsakov, Stravinski en Ravel naar Oostende. Geen provinciale aangelegenheid, maar een plek waar de Europese muziekwereld zichzelf kwam opvoeren voor badgasten en koningshuizen.

Van symfonie naar rauwe rock

Honderd jaar later klonk er heel andere muziek in Oostende, maar de stad bleef evengoed de bakermat. Arnold Charles Ernest Hintjens,  Arno voor de rest van de wereld, werd er geboren op 21 mei 1949, en gaf er op zijn negentiende zijn allereerste concert. Niet in een concertzaal maar in het oude vélodrome van de stad.

Zijn muzikale smaak vormde zich op Elvis, Dylan en bluesmuzikanten, later aangevuld met de Kinks en Captain Beefheart. Muziek die weinig gemeen had met het Franse romantische repertoire dat decennia eerder in het Kursaal klonk, maar die Oostende op haar eigen, rauwere manier evengoed op de kaart zou zetten.

Met TC Matic, de band die hij samen met gitarist Jean-Marie Aerts oprichtte, werd Arno in de jaren tachtig een van de bekendste gezichten van de Belgische rock, tot de groep in 1986 uiteenviel. Hun grootste hit, “O La La La (C’est Magnifique)” uit 1981, gold meteen als het handelsmerk van de band  en van Arno zelf. Wie vandaag over de zeedijk langs de Venetiaanse Gaanderijen wandelt, komt die titel soms nog letterlijk tegen op een affiche aan de gevel.

Daarna volgde een solocarrière van meer dan een dozijn albums, gezongen in het Engels, Frans, Nederlands en net zo vaak in zijn eigen Oostends dialect. Op het album *Santéboutique* staat “Oostende bonsoir”, een nummer dat zijn geboortestad bezingt zoals enkel iemand kan die er nooit echt weg is geweest. Arno zelf zei het ooit zo: hij hield vooral van Oostende in de winter, wanneer de badstad weer even van zichzelf is.

Oh La La La

Marvin Gaye: de wereldster die hier weer mens werd

Oostende trok niet alleen eigen helden aan, soms spoelde er ook een wereldster aan wal, letterlijk. Op 14 februari 1981 kwam Marvin Gaye met de veerboot uit Engeland aan, uitgenodigd door de Oostendse concertpromotor Freddy Cousaert, die hem ook op het podium van het Kursaal bracht.

Gaye zat op dat moment helemaal aan de grond: een mislukt huwelijk, een belastingschuld, een cocaïneverslaving. In Oostende kon hij, voor het eerst in jaren, gewoon weer een mens zijn. Hij logeerde bij de familie Cousaert, bokste in de lokale sportschool, jogde over het strand en bad in de Sint-Petrus-en-Pauluskerk.

In een appartement aan de zeedijk schreef hij de eerste versie van “Sexual Healing”, de single die zijn comeback-album *Midnight Love* (1982) zou dragen. Het was het laatste album dat hij nog zou uitbrengen, voor hij in 1984 om het leven kwam. Diezelfde jaren stond ook Kid Creole and the Coconuts er op het podium, ergens tussen 1982 en 1984, tot groot jolijt van het publiek; een uitbundige “tropische of zelfs exotische show”. Een heel dansbare act die vandaag wellicht sneller op de affiche van Ostend Beach zou prijken.

Een stad die haar zoon nooit vergat

Arno kreeg in 2018 het ereburgerschap van Oostende, en toen hij op 23 april 2022 overleed aan de gevolgen van alvleesklierkanker, bleek hoe diep die band zat. De stad opende een rouwregister in cultuurcentrum De Grote Post, verzamelde fanherinneringen tot een online collage, en verlichtte ’s avonds de muurschildering met zijn portret op het stadhuis, telkens begeleid door enkele van zijn bekendste nummers.

Bij de John F. Kennedyrotonde begroet een afbeelding van Arno sindsdien iedereen die Oostende binnenrijdt. Zijn as werd, op eigen uitdrukkelijke wens, teruggegeven aan de Noordzee vanaf het strand waar hij opgroeide.

Burgemeester Bart Tommelein vatte het kort samen: de Oostendenaars zouden Arno nooit vergeten. Jean-Marie Aerts, zijn medeoprichter van TC Matic, overleed twee jaar later, in april 2024 waarmee een volledig hoofdstuk van de Belgische rockgeschiedenis definitief werd afgesloten, al blijft de muziek die ze samen maakten in Oostende overal aanwezig.

Het Kursaal vandaag: van Caruso tot cabaret

Het Kursaal zelf speelt nog altijd de hoofdrol in het Oostendse concertleven, al klinkt het repertoire heel anders dan rond 1900. Tijdens de renovatie van de grote concertzaal week het programma tijdelijk uit naar de Casino Foyer, een pop-upzaal voor 800 zittende of 1.500 staande bezoekers, met Hooverphonic, Clouseau en Helmut Lotti, tributeshows voor Queen en Fleetwood Mac, cabaret en producties als Riverdance.

Waar het orkest van Rinskopf ooit Ravel in Belgische primeur bracht, brengt het Kursaal vandaag een avond waarop meerdere zangeressen het werk van Will Tura eren, een ander repertoire, dezelfde functie: de stad een podium geven dat groter is dan haar eigen inwonertal.

Casino Kursaal Oostende

Het strand als podium

Waar het Kursaal de erfenis van de concertzaal bewaakt, verlegde Oostende de voorbije vijftien jaar de bühne gewoon naar het strand zelf.

Ostend Beach Festival ging in 2010 van start als eendaags dance-evenement en groeide uit tot een driedaags festival met meer dan 22.500 bezoekers, vijf podia en meer dan honderd optredens per editie. Qua genre, dance, techno, house, is het verwant aan Tomorrowland, maar dan op zakformaat: tegenover Tomorrowlands 400.000 tickethouders over twee weekends staat hier een publiek met de tenen letterlijk in het zand. Daarmee past het festival in een bredere trend van “zandfestivals”, buitenfestivals die het grasveld voor het strand inruilen, zoals Strandfestival Zand in Nederland.

In maart 2023 nam de internationale eventgroep All Things Live een meerderheidsbelang over, terwijl oprichters Kevin Beirens en Jan Mortelmans het festival mee blijven leiden; een groeiverhaal dat niet toevallig doet denken aan hoe het Kursaalorkest ooit van lokale curiositeit naar Europese attractie evolueerde.

Het is telkens hetzelfde verhaal in een ander jasje: Oostende dat muzikanten en publiek naar de kust trekt, van een dirigent met een orkest van 150 man tot een jongen die in een wielerbaan zijn eerste akkoorden speelt. Van Caruso tot Arno tot de headliners van volgend jaar: de stad verandert van geluid, maar niet van gewoonte.

Wie vandaag over de kustweg naar Oostende rijdt op weg naar het Kursaal, naar het strand voor Ostend Beach, of gewoon om bij de JFK-rotonde eens te zwaaien naar Arno, rijdt een stad binnen die het nooit stil heeft laten worden.